| U bent hier: Offroadrunner.nl >> Tips & Tricks
>> Tips voor in het terrein
NIET alleen
voor beginners!
Voorbereiding:
Lees het
boekje 'Terreinrijden' [1] [2]
eens door, te verkrijgen bij de NIMAG.
Kijk
eens
rond in je auto. Welke dingen krijg je liever niet naar je hoofd
gegooid?
Berg die ergens in op en/of sjor ze vast.
Kies
de
juiste banden en bandenspanning. Voor slappe modder op een stevige
ondergrond
is een hoge smalle band met grof profiel het best. Deze "snijdt" door
de
modder en krijgt grip op de nog stevige ondergrond. Voor zand en slappe
veengrond zijn brede banden met veel draagvlak het best. Heeft de
reserveband
nog druk?
Verlaag
-zodra je in het terrein bent- evt. de bandenspanning. Een band met
verlaagde
druk heeft een groter contactoppervlak met de ondergrond. Houdt de druk
boven de 1 bar. Rijd hiermee niet harder dan 30 km/h en geen grote
stukken
op de weg. (Al bedacht hoe je ze naderhand weer oppompt?)
Zorg
dat
het voertuig in mechanisch goede conditie is, controleer vooraf olie en
andere vloeistoffen.
Check
even of je alles bij je hebt wat je nodig denkt te hebben. (maak voor
het
gemak een checklist, bijv.: (elastische) sleepkabel of sleeplint,
D-sluitingen,
boomlint, hi-lift jack, zaklamp, handlier, wielmoersleutel, doppen en
ander
gereedschap, ehbo-kit, zeiltje, droge sokken en trui, brandblusser,
zekeringen,
reserve verdelerkap, lampjes, (leger-)spade of schep (pannetje, bats),
werkhandschoenen, GSM, poetslappen, stuk oud tapijt om op de vloer te
leggen
(rubberen rug boven) of om uit rul zand te komen, klapanker, enz.)
Draag
altijd een gordel. Overweeg bij ruig werk een rolbeugel of rolkooi en
een
helm. Er bestaan 4 punts rally gordels die beter beschermen dan een
driepuntsgordel,
maar je wel weer minder bewegingsvrijheid laten.
Smeer
alles goed door. Behalve de smering levert het namelijk een goede
bescherming
als je door plassen en water gaat.
Elektrisch:
er zijn coatings die hittebestendig zijn en een plastic film
achterlaten
op motor en bedrading, bijvoorbeeld Sonax motorspray. Elektrische
bedrading,
stekkers en andere componenten worden zo net weer een tikje beter
beschermd
tegen water dan zonder.
Maak
jezelf
vertrouwd met hoe de gearing werkt.
Houding en rijstijl
Houd
je duimen op het stuur, niet eromheen, anders kun je een rake klap
krijgen
als de wielen het stuur draaien. Dat gebeurt met kracht wanneer de
wielen
uit zichzelf het spoor of een kuil insturen, of als het wiel schuin of
zijdelings een obstakel raakt.
Houd
je
linkervoet op de vloer, niet op het koppelingspedaal. Hobbels maken dat
de motor onbedoeld ontkoppelt. Met name op hellingen kan dat gevaar
opleveren.
Blijf
recht zitten ten opzichte van de auto (ook als deze scheef hangt), dan
voel je het gedrag van de auto het beste aan.
Houd
niet
alleen afstand tot de auto voor je, maar ook zijdelings. Zelfs bij een
geringe snelheid kan de auto in een fractie van een seconde dwars op de
rijrichting draaien of zijdelings wegglijden. Met name als je wielen
opeens
in een spoor 'vallen' of zijdelings in een kuil glijden.
Rij
rustig,
maar houd voldoende vaart. Bij enige vaart helpt de massa van de auto
mee
om kuilen en extra glibberige stukken te nemen. Denk aan de slogan:
"Rij
zo rustig als kan en zo snel als nodig"
Zolang
je niet al je motorvermogen nodig hebt, is een rustig toerental in een
hogere versnelling de beste manier om een constante draaisnelheid van
de
wielen aan te houden.
Als
de
banden tijdelijk geen grip hebben, merk je nauwelijks dat de wielen
naar
rechts of links staan. Op het moment dat ze opeens weer grip krijgen,
beweegt
de auto met een onverwachte ruk naar rechts of links. Als sturen niet
het
gewenste effect heeft, stuur dan weer rechtuit. De auto zal zich
voorspelbaarder
gedragen.
Met
twee
handen aan het stuur heb je het meeste controle. Dus 'doorschuivend
sturen'
is zekerder dan 'overpakkend' sturen.
Verkennen en gevaren anticiperen
Als
je met meer mensen op een terrein bent, kijk dan eens rond naar hoe
anderen
het doen. Welke routes kiezen ze door het terrein? Hoe verloopt dat?
Wat
gaat goed? Wat gaat fout? Welke routes lijken je goed haalbaar en welke
(nog) te moeilijk? Vraag mensen om raad of tips. Soms nemen ervaren
rijders
mensen mee en leggen graag het een en ander uit. Soms loop je als
beginneling
tegen adviezen of discussies op met een hoog Rambo-gehalte. Dan zijn
bepaalde
rijstijlen heel stoer en andere het noemen nog niet eens waard. Het zou
gevaarlijk zijn als je sommige adviezen klakkeloos overneemt. Kijk dan
eerst eens hoe die mensen daadwerkelijk rijden. 10 tegen 1 dat je
kundig,
beheerst en effectief rijgedrag ziet. En de verdedigers van rust en
beheersing?
Als die net zo hard op je tenen zouden trappen als op het gaspedaal, 10
tegen 1 dat je dat niet heel beheerst zult vinden.
Kom je één van de E-groupers tegen,
dan is deze meestal wel bereid om uitleg te geven, of zelfs als
instructeur
met je mee te rijden.
Stap
op
een lastig punt uit en bekijk het vervolg van je route, of de
ondergrond
of waar het pad heen loopt, enz. Verken het terrein. Sommige mensen
zeggen
het nog krachtiger: "Ga NOOIT onbekend terrein in. Verken altijd eerst
te voet."
Kijk
naar
de auto's voor je. Waar zij vastlopen, loop jij wellicht ook vast.
Probeer
iets anders. Verlaat sporen bij een ondiepte. Dit betekent niet dat het
omgekeerde waar is. Als auto's voor je er door kunnen, kun jij best nog
wel vastlopen.
Denk
aan
Newton. Het voertuig zal voortbewegen in een rechte lijn wanneer sturen
en remmen niet helpt. Probeer steeds te voorzien waar die rechte lijn
uitkomt.
Houd
afstand
en rij pas als het hele traject, waarbinnen je tot stilstand kunt
komen,
vrij is. Let ook op kinderen die soms onverwachte dingen doen. Pas op
onoplettende
voetgangers. Voetgangers (die geen 4x4 rijden) gaan er soms blindelings
van uit dat auto's wel zullen stoppen. Ze stappen er vlak voor langs en
houden er geen rekening mee dat de auto soms niet kunnen stoppen.
Houd
er
rekening mee dat je opeens ongecontroleerd kunt gaan glijden of
draaien,
beperk je snelheid waar zijdelings wegglijden gevaar oplevert.
Rijden in modder en door diepe
sporen
Als
je met je wielen direct naast een diep spoor rijdt, rijd dan niet te
hard,
als je wielen in het spoor vallen, krijgt de voorwaartse energie
plotseling
een andere richting, of wordt het omgezet in een rotatiebeweging. Tien
km/h lijkt weinig, maar in de verkeerde richting gaat het opeens heel
hard.
Niet
teveel
sturen, corrigeer met kleine beetjes. Probeer niet krampachtig te
sturen
als je in een spoor zit. Laat de wielen zelf het spoor volgen. Gebruik
het stuur alleen om te stabiliseren. Verlaat het spoor waar het ondiep
is.
Wees
erop
bedacht dat met name in bochten sporen dieper kunnen zijn dan ergens
anders.
Als
je
in een spoor grip verliest, helpt naar links en naar rechts sturen
misschien
om via het hoekprofiel van de band grip te krijgen op de zijkant van
het
spoor.
Voorkom
spinnende wielen. Die hebben geen grip en spinnen vult het profiel met
modder waardoor de band nog gladder wordt. Daar waar modder is, zijn
meestal
ook plassen. Als je daar door rijdt, schoon je je profiel weer wat op.
Doorwaden van water
Doe
je koplampen even uit (tegen knappen van het glas)
Hang
evt.
een plastic zak voor de radiator. Maak een boeggolf door een zekere
vaart
aan te houden. Het water daarachter vormt ter hoogte van de motor juist
een golfdal. Zo dompel je de motor minder onder dan de rest en dat is
prettig.
Haal daarna meteen de zak weer weg.
Verken
eerst te voet wat er onder water zit. Hoe is de bodem? Hoe diep? Peil
met
een schep of stok, niet alleen kijken, want water vertekent. Hoe hoog
zit
de luchtinlaat? En de verdeler? Als het stroomt is waarschijnlijk de
bodem
stevig, als het stilstaat ligt er misschien slib. Probeer even hoe dik
die laag is. Controleer of de oevers aan de overkant niet te steil zijn.
Water
in de motor is niet goed (zacht gezegd). Zorg dat het water ruim onder
je luchtinlaat blijft. Tot een stukje boven je banden uit, moet bij
alle
standaard luchtfilters goed kunnen.
Hellingen op- en afrijden
Doe
op hellingen geen dingen waar je niet zeker van bent dat je ze kan.
Hellingen
zijn gevaarlijk. Je kunt gaan glijden, ongecontroleerd naar beneden
denderen,
rollen, vallen, enzovoort. Leer om achteruit naar beneden te rijden
voor
de momenten dat je besluit dat je niet verder wilt en keren onmogelijk
is.
Omhoog:
kijk bij het bestijgen van een steile helling welke versnelling je op
het
steilste gedeelte nodig zult hebben. Gebruik die dan voor het hele
stuk.
Schakel niet als je klimt, je raakt dan je vaart kwijt. Laat de wielen
niet teveel slippen. Rijd zo rustig als maar kan, maar houd vaart.
Andere
weggebruikers: verwacht dat er om de bocht andere voertuigen zijn, of
mensen
of dieren. Houd een snelheid aan waarmee bijtijds kunt stoppen of
uitwijken,
ook als de ander dat niet kan. Voor dalend verkeer is stoppen vaak
bijzonder
lastig.
Neem
hellingen
zonder weg niet diagonaal, maar recht. Als je toch diagonaal afdaalt en
je helt teveel over (zou kunnen gaan rollen), stuur dan recht naar
beneden
om kantelen te voorkomen. Als de auto gaat glijden, stuur dan in de
richting
van het glijden. Als je omgaat moet je de motor afzetten.
Gras
(met
name nat) kan op een helling gladder zijn dan ijs.
Vooruitrijdend
de helling af: Zorg dat de wielen dezelfde snelheid houden als de auto.
Op sommige hellingen/ondergronden zijn de alternatieven niet "rijden"
of
"stilstaan", maar "rijden" of "glijden". Dan is rijden het best, want
dan
kun je nog sturen. Probeer dus niet te stoppen op steile, gladde
hellingen.
Zet 'm in z'n versnelling (meestal 1 laag, of soms 2 laag) en
concentreer
op het sturen. Rem op de motor, niet met de rem. Maar als het moet
(bijv.
bij mechanische storing) doe het dan met veel beleid. Als het glad is
op
een afdaling en je bij het remmen op de motor begint te glijden, geef
dan
gas bij, zodat de banden weer grip kunnen krijgen. Dan kun je in ieder
geval weer sturen. Nooit ontkoppelen. Linkervoet op de vloer, zo kun je
de koppeling ook niet onbedoeld indrukken (als de wagen schokt). Als
een
wiel tijdelijk grip verliest, schuif je een stukje naar voren. Dit komt
door het differentieel. Je kunt voorzichtig bijremmen.
Helpt
grote snelheid bij het bestijgen van hellingen? Dit is onderwerp van
verhitte
discussie. De tegenstanders wijzen op de gevaren. De voorstanders
vinden
dat als je een helling voldoende snel bestijgt, dat je dan nooit
achteruit
terughoeft. Bij een iets langere helling werkt dat alleen als je die
vaart
vast kunt houden, wat bij onvoldoende grip niet lukt. Het voordeel van
het aanloopje is dan al na enkele meters verdwenen. Ook met een flinke
aanloopsnelheid zul je dus toch soms achteruit omlaag moeten. Nut van
deze
techniek: hij is bij uitstek geschikt als je ziet dat vooral het eerste
stuk van een helling modderig is en weinig grip biedt, terwijl het
gedeelte
daarboven veel beter is.
Achteruit
omlaag rijden: Als je niet verder kunt en keren geen optie is, moet je
achteruit terug. Het omschakelen van vooruit rijden naar achteruit
rijden
vergt een speciale techniek. Het gevaar is immers aanwezig dat de auto
gaat glijden, oncontroleerbaar wordt en botst of gaat rollen. Drie
dingen
zijn belangrijk bij het achteruit omlaag rijden: 1. bestuurbaarheid, je
wilt je wielen niet blokkeren, want zolang je wielen niet slippen heb
je
enige grip en kun je sturen, 2. vertraging - je wilt niet naar beneden
als een baksteen, dus je wilt ofwel bijremmen, ofwel remmen op de motor
(dat laatste biedt gewoonlijk subtielere controle) en 3. gevaren
ontwijken
- als je even de tijd hebt gehad om achteruit te kijken, kun je zien of
de weg vrij is en je route bepalen. Als er geen pad of spoor is, rijd
dan
zo mogelijk niet diagonaal, maar recht naar beneden. Je rijdt rustig in
z'n achteruit, remmend op de motor, en als je gaat slippen geef je wat
gas bij zodat de banden weer "pakken". Glijden, vooral zijwaarts, is
een
gevaar om beducht voor te zijn, maar het gevaar kan ook enigszins
gerelativeerd
worden: je bent zover gekomen omdat er voldoende grip was om omhoog te
rijden - in principe moet er dan ook voldoende grip zijn voor een
beheerste
afdaling. Er zijn globaal twee technieken om op een helling in z'n
achteruit
te schakelen en er is een soort mengvorm. Beide technieken kennen
uitgesproken
voor- en tegenstanders, maar ze hebben ieder wel hun nut. Ik bespreek
ze
apart:
Snel
in
z'n achteruit met de "Snelschakel-techniek". Het principe is om het
dode
punt te gebruiken om te schakelen. Zodra je merkt dat je niet verder
omhoog
komt en je wielen nog slechts spinnen, rem je en ontkoppel je en zet je
'm snel in z'n achteruit. Als de auto op de rem stil blijft staan, neem
je even de tijd om te zien of de route achter je vrij is. Als de auto
echter
begint terug te glijden, laat je meteen de koppeling opkomen. Geef zo
nodig
gas bij als de wielen geen grip hebben. Verder als hierboven beschreven
in "achteruit omlaag". De techniek is simpel: een kwestie van aanvoelen
en snel kunnen schakelen. Veel oefenen dus. Voordelen van
snelschakelen:
1. je houdt de tijd dat je aan het schakelen (en dus onkoppeld) bent zo
kort mogelijk, 2. je doet dat in het dode punt, wanneer je maar weinig
vaart hebt en 3. doordat de auto nog enigszins in beweging is, schakelt
hij altijd goed in z'n achteruit (bij stilstand staan soms tanden van
versnellingen
niet goed tegenover elkaar). Nadeel: als je het dode punt niet benut om
stil te staan, ben je vaak al op weg naar beneden wanneer je pas naar
achter
kijkt.
De
"Solihull
techniek" is zo genoemd omdat terreininstructeurs van de fabriek deze
techniek
aanleren aan officiéle teams en testrijders. Het principe is om
te remmen zonder te ontkoppelen en de motor daarbij af te laten slaan,
met als gevolg dat de auto stil komt te hangen op zowel de compressie
als
op de remmen. Als de auto stabiel stil blijft staan, ontkoppel je, zet
je 'm rustig in z'n achteruit en laat je de koppeling weer opkomen (de
motor staat nog steeds af). Je hebt nu tijd om te kijken of de weg
achter
je vrij is en om je route te kiezen. Laat nu voorzichtig de rem los
terwijl
je tegelijkertijd start (zonder te ontkoppelen). De startmotor kan hier
prima tegen. Je rijdt dan meteen gecontroleerd naar beneden. Verder als
hierboven beschreven in "achteruit omlaag". Eenmaal beneden zet je de
motor
uit en weer aan, omdat soms de bendix van de startmotor blijft hangen.
Deze komt zo los. De techniek lijkt op papier ingewikkeld en gaat bij
sommige
mensen tegen hun intu•tie in. In de praktijk heb je de slag echter snel
te pakken en blijkt het een goede beheersing over het voertuig te
bieden.
Nut en voordelen: 1. je stopt heel beheerst (d.w.z. zonder wielspin),
waardoor
je de grootste kans hebt op stabiele stilstand, 2. je kunt rustig
achteruitkijken
om je route te kiezen en eventueel andere auto's (in een konvooi
bijvoorbeeld)
de gelegenheid te geven om zelf terug te rijden, 3. de techniek nodigt
uit tot beheerst rijden. Nadeel: als stabiele stilstand niet lukt, moet
je alsnog snelschakelen en heb je bovendien nog de extra handeling van
het starten.
Beide
technieken vergeleken: De ene techniek is in de praktijk niet
moeilijker
dan de andere, maar Solihull lijkt op papier ingewikkelder. Met geen
van
beide technieken is het handig om met een knal in de remmen te gaan of
andere dingen te doen die de grip verstoren die je nog hebt. Methode
Solihull
is eigenlijk een manier om zo subtiel te remmen dat je maximaal kans
hebt
dat je wielen enige grip vinden. Dit effect is ook met de
snelschakeltechniek
te bereiken, namelijk door gewoon rustig te remmen in het dode punt.
Met
de "snelschakel" methode heb je 'm sneller in z'n achteruit en dat is
wel
een prettig gevoel. Methode "Solihull" nodigt uit om even goed
achteruit
te kijken voor je afdaalt. Dat is nooit weg.
De
methode
Gaydon. Er is ook een derde methode. Als bij methode "Solihull" de
motor
al bijna afslaat, sta je al nagenoeg stil. Je voelt dan allang aan of
de
banden grip gaan houden of niet. Als je dan tegelijkertijd remt en
ontkoppelt,
sta je ook stil en blijft de motor lopen. Dat spaart weer een handeling
uit. Je zet 'm meteen in z'n achteruit en je kijkt of de weg achter je
vrij is. Je rijdt verder rustig achteruit naar beneden.
Rijden op zand
Gebruik
brede banden en bij mul zand een lage bandenspanning.
Houdt
bij mul zand een redelijke vaart aan.
Onbereden
mul zand is soms steviger dan bereden zand. Rijd dan niet in bestaande
sporen, maar ernaast.
Bij
omgewoeld
vochtig zand kun je ook naast de sporen rijden, zo ga je de
spoorvorming
tegen. Doe dat alleen als er geen kwetsbare zandgrondvegetatie is.
Rijden op rots en steen
Hier
is een dilemma met de bandenspanning. Een iets lagere spanning kan de
grip
verbeteren, maar de band is kwetsbaarder om door scherpe uitsteeksels
doorboord
te worden. Kies liever voor een wat hardere band.
Soms
wil
je het terrein vlak voor je wielen zien en dat is niet altijd
makkelijk.
Steeds uitstappen dus. Maar soms is het niet te doen om iedere meter
uit
te stappen en te kijken waar je je wiel nu weer neer zult zetten.
Handiger
is als de co-piloot voor de auto staat en signalen geeft om je verder
te
loodsen.
Rijden over greppels en obstakels
Neem
greppels en obstakels diagonaal, met één wiel tegelijk en
houd enige vaart.
Let
op
dat niet twee wielen diagonaal van de grond komen, want dan heb je
opeens
geen tractie meer (ook al heb je de difflock ingeschakeld). De Suzuki
heeft
standaard namelijk geen sperdifferentieel.
Bij
het
diagonaal oversteken kun je als het derde wiel de greppel in gaat wat
extra
gas geven.
Rijden op sneeuw
Rijdt
langzaam. Accelereer niet plotseling. Rem niet hard. Minder vaart bij
bochten.
Probeer de eigenschappen van de sneeuw eens uit door te remmen en flink
te sturen op een plek waar het geen kwaad kan. Er is verschil tussen
een
dunne laag op de weg en een dikke laag. Bij het eerste "bijt" het
profiel
door de sneeuw en rust dus in feite op de weg, bij het tweede niet.
Verse
sneeuw kan door de banden in een profiel geperst worden en zo enige
tractie
leveren. Samengeperste sneeuw of sneeuw die verijst is, niet.
Kies
banden
met een blokprofiel (groot of klein) of met breed diagonaal profiel,
zoals
d-stone of Goodyear Hi-miler. Deze drukken een profiel in de sneeuw en
cre‘ren zo tractie. In het terrein kan de bandenspanning verlaagd
worden.
Op de weg is dat niet speciaal zinvol.
Gebruik
kettingen. Beding bij het kopen dat ze inderdaad passen of anders geld
terug. Pas ze ter plekke. Niet alles wat op de doos staat is namelijk
waar
en 7.50x16 is meer een toonaard waar iedereen variaties op maakt dan
een
harde maataanduiding.
Rijden
in lage toeren in een wat hogere versnelling is een goede manier om
"wheelspin"
te voorkomen.
Naderhand
Verwijder
modder van de wielen, ook van de achterkant van het wiel.
Maak
ramen,
verlichting en kentekenplaten schoon.
Check
vloeistoffen (kan er water bij de olie zijn gekomen?)
Breng
de banden weer op spanning.
Bij thuiskomst
Spuit
modder van/uit het chassis, motor, bak en carrosserie. Vergeet ook de
remmen
en de binnenzijde van de wielen niet. Denk om de milieuwetgeving, als
aarde
op de grond komt is dat in sommige gemeenten tegen de milieuwetgeving.
Ook dient hemelwater strikt gescheiden te worden ingezameld van het
grondwater.
Bedenk maar iets geks, maar vergeet niet dat gekke ideeen in sommige
gemeentes
heel serieus wordt genomen. Als de buren de milieudienst bellen komen
ze
monsters nemen van het waswater van je auto, ontdekken ze DNA dat niet
eigen is aan het dode ansjovis DNA dat eigen is aan het grondwater van
die polder, enz. enz.
Vul
verbruikte
materialen aan, EHBO-kit, brandblusser, vloeistoffen, enzovoorts.
Bron:LRCH.nl
Tot slot
nog een video (in 2 delen) over de Suzuki 4 Wheel Drive Techniek:
|